Peelmuseum wil gebouw aankopen

Het Peelmuseum in America heeft grote plannen. Zo komt er een bijenpaviljoen met bijentuin en wil de stichting een grote bijenteeltcollectie aankopen. Voor de plannen is het echter van groot belang dat het hoofdgebouw in eigendom komt van de stichting.

Het hoofdgebouw van het Peelmuseum, de Kamphut genoemd, kent een rijke geschiedenis. Het is gevestigd in een oude kampbarak van Dienst Uitvoering Werken, dat stamt uit 1938. Momenteel huurt de stichting het gebouw van de eigenaar. Om het veilig te stellen voor de toekomst wil zij het echter aankopen. Om dit te kunnen financieren wil de stichting een lening aangaan, waarvoor de gemeente Horst aan de Maas een garantstelling moet afgeven. De onderhandelingen daarover lopen nog, zegt voorzitter Frans Steeghs. “Om onze plannen te kunnen realiseren is het cruciaal dat we het gebouw in eigendom krijgen. De vergunning voor het bijenpaviljoen is inmiddels door de gemeente verleend en we hebben gronden gekregen waarop we samen met Stichting Landschap Horst aan de Maas en Arcadis een bijvriendelijk terrein gaan ontwikkelen.” “Als het gebouw aangekocht wordt, kunnen ook de andere plannen, waarvoor we fondsen aan het werven zijn, doorgaan", vult bestuurslid Corien Heizenberg aan. “Het is een soort kruisbestuiving. We willen bijvoorbeeld ook gaan samenwerken met Boerderij Educatie Limburg, zodat we kinderen voorlichting kunnen geven over de bij.” De stichting verwacht dat als het gebouw eenmaal aangekocht is, de andere plannen ook snel doorgang kunnen vinden.

Honingraat
Inmiddels is er al een bijenschans ingericht, waar de Zwarte Bij, een soort dat met uitsterven wordt bedreigd, is uitgezet. De conceptplannen voor het bijenpaviljoen en aangrenzend terrein zijn inmiddels ook af. “Het gebouw krijgt een heel aparte vorm, zoals een honingraat", zegt Steeghs. Voor het hoofdgebouw zelf zijn verder geen grote plannen. Wel wil de stichting andere doelgroepen gaan aanspreken, door meer activiteiten zoals concerten te gaan organiseren. “Daar kunnen we dan een ander publiek mee aantrekken", aldus bestuurslid Jac Poels. In verband met de coronamaatregelen konden er het afgelopen seizoen geen grote groepen in het museum terecht. Poels: “We hopen dat we binnenkort weer open mogen en weer bezoekers kunnen ontvangen.”

Tekst en beeld: Marieke Vullings