Over paters en nonnen: Het klooster Lottum

17-8-2017 door: Redactie
In het van oorsprong katholieke Horst aan de Maas staat in ieder dorp een kerk. Naast het gebedshuis hadden of hebben verschillende kernen ook nog een eigen klooster. Daar werden paters opgeleid, meisjes onderwezen en ouderen verzorgd. Sommige kloosters zijn inmiddels gesloopt en andere hebben nog altijd een prominente plek in het aangezicht van het dorp. In deze serie duiken we in de geschiedenis van enkele kloosters. In deze aflevering: het klooster in Lottum.
maskTop
Over paters en nonnen: Het klooster Lottum
maskBottom

Toen de Lottumse Margaretha Gevelaers overleed, stond in haar
testament een bijzonder verzoek: de St. Gertrudisparochie in haar dorp erfde een bedrag van 5.000 gulden, haar huis (nu café D’n Hook) en haar tuin. Voorwaarde was wel dat het kerkbestuur in Lottum een lagere school met een katholieke basis voor meisjes zou stichten, die onder leiding van religieuzen zou komen te staan.

De toenmalige pastoor Hermans vond zichzelf te oud voor het opstarten van de school, maar zijn opvolger pastoor Weylandt ging vanaf 1900 aan de slag met het klooster en de school, samen met de zusters Ursulinen uit Grubbenvorst. Om dat voor elkaar te krijgen, kocht de pastoor een boerderij aan de Dorpsstraat, waar nu de Hoofdstraat ligt. Het was de boerderij van familie Coenders. In 1902 werd deze boerderij gesloopt en werd begonnen met de bouw. Nog met Kerstmis van dat jaar kon het klooster worden ingezegend. Vier zusters Ursulinen kwamen van Grubbenvorst en betrokken het nieuwe klooster in Lottum, dat werd toegewijd aan de heilige Jozef.

Meteen in januari 1903 werd het schoolgebouw in gebruik genomen. Meer dan vijftig meisjes konden terecht op de meisjesschool en vijftien kleuters, waaronder acht jongens, vonden onderdak op de kleuterschool, ook wel ‘gemengde bewaarschool’ genoemd. Tussen 1906 en 1918 stond het klooster onder leiding van overste Zuster Anastasie Bechem. In 1936 werden de zusters Ursulinen door het gebrek aan roepingen gedwongen om het klooster te verlaten. Hun werk werd overgedragen aan de zusters van ‘Onder de Bogen’ uit Maastricht, officieel de zusters van de H. Carolus Boromeus. Zij breidden het klooster in 1937 uit met een klein pension voor ouderen.

Nadat er nieuwe schoolgebouwen en een nieuw Groene Kruis-gebouw werd gebouwd, kwamen het klooster en het schoolgebouw aan de Hoofdstraat leeg te staan. In 1975 kocht de gemeenteraad van Grubbenvorst het gebouw voor een ton met de bedoeling het pand af te breken. De zusters verlieten in augustus van 1978 na 80 jaar het klooster. De zusters gingen naar andere kloosters en bejaardenhuizen in het land. Op 6 augustus hielden de laatste tien zusters een afscheidsbijeenkomst. Ter herinnering aan hen werd het St. Jozefbeeld, dat de voorgevel van het klooster sierde, met een gedenkplaat onthuld. Dat beeld werd in de voormalige kloostertuin geplaatst. Zuster Magdalena, overste van het klooster, werd onderscheiden met het ridderschap in de Orde van Oranje Nassau.

Op de locatie van het voormalige klooster en de school zouden eengezinswoningen en een paar bejaardenwoningen komen. Toch stelde een raadscommissie in augustus 1978 nog voor het gebouw te behouden en het te bestemmen als huisvesting voor maatschappelijke diensten. Dat zou echter betekenen dat de gemeente een flinke investering moest doen: zij kreeg immers niet meer de opbrengst van de verkoop van de gronden en het pand moest geschikt gemaakt worden voor de nieuwe taken. Dat bleek een te groot obstakel. Nog geen twee maanden later, op 3 oktober 1978, werd toch begonnen met de afbraak van de gebouwen.

Disclaimer | Copyright© 2017 Kempen Media b.v. | Ontwerp & realisatie Kempen Communicatie
Kempen Media b.v. is partner van Kempen Communicatie b.v.
Kempen Communicatie: Strategie, Creatie, Realisatie