Van parachute naar doopjurkje

3-5-2018 door: Redactie
Dodenherdenking en Bevrijdingsdag zijn dagen waarop we stilstaan bij de Tweede Wereldoorlog. Volgens historieliefhebber Wiel Nabben van museum Sorghvliet in Tienray zijn er nog genoeg verhalen de moeite waard om te vertellen. Zo ook het verhaal over parachutestof dat in de Tweede Wereldoorlog in het geheim gebruikt werd om kleding van te maken.
maskTop
Van parachute naar doopjurkje
maskBottom

Wiel Nabben heeft zelf op jonge leeftijd de oorlog ook meegemaakt. Hij woonde destijds in Horst op de Tienraysedijk, dat nu de Tienrayseweg heet. “Angst en gevaar overheersten in die tijd. Gelukkig heb ik als jonge jongen die periode iets minder angstig ervaren, het was voor mij toen vooral spanning en sensatie. Achteraf besef je natuurlijk hoe heftig die periode eigenlijk was”, vertelt Wiel. Wat hem erg is bijgebleven zijn de vliegtuigen die, meestal brandend, uit de lucht werden geschoten. De bemanning van zo’n vliegtuig probeerde zich dan te redden door met een parachute uit het vliegtuig te springen, soms tevergeefs. Wiel vertelt dat hij zich kan herinneren dat zijn moeder een parachute tussen het koren vond terwijl ze op de boerderij het graan aan het maaien was. “Ze heeft de parachute toen snel verstopt, het was namelijk illegaal om deze in je bezit te hebben. Officieel moest je aangeven dat je er een gevonden had maar dat deed natuurlijk niemand. Dan wisten de bezetters namelijk dat er een piloot was ondergebracht bij het verzet.” Van dit parachutezijde werd in de oorlog veel gebruik gemaakt. Er was in die tijd namelijk aan enorm gebrek aan kleding en schoeisel. Van dit stof werden bijvoorbeeld kleedjes zoals doop en communiejurkjes of slaapzakken en sierkleden van gemaakt.

Vanuit deze herinnering plaatste Nabben ongeveer een jaar geleden een oproep in een dagblad, met de vraag of er iemand in het bezit was van parachutestof of kleding die hier van is gemaakt. Verschillende mensen hebben hem toen benaderd, waaronder een familie die na de oorlog een parachute geschonken heeft gekregen van prins Bernhard. Deze heeft Wiel nu vol trots in het museum hangen. “Na de oorlog schonk prins Bernhard dit aan mevrouw Hermans uit Heerlen. De opa van mevrouw Hermans had een uniformenfabriek, die militaire kleding maakte. In het bijzonder maakte hij dit ook voor de Irene Brigade, die in de oorlog in Engeland is ontstaan. Hier was ook prins Bernhard bij betrokken. Als dank hebben zij toen een parachute geschonken gekregen.” Nu is het een pronkstuk in het museum dat Wiel graag aan zijn bezoekers laat zien.

Naast deze parachute heeft Wiel nog veel meer creaties van parachutezijde in het museum hangen. Deze zijn Wiel ook allemaal geschonken na zijn oproep in de krant. Het zijn stuk voor stuk exemplaren met verhalen waar Wiel uren over kan vertellen. Een trouwjurk gemaakt van parachutezijde die weer vermaakt is tot een doopjurkje. Of een communiejurkje van parachutestof dat later generaties lang gedragen werd als doopjurkje. Allemaal gemaakt van dit in het geheim verzamelde stof.

Disclaimer | Copyright© 2018 Kempen Media b.v. | Ontwerp & realisatie Kempen Communicatie
Kempen Media b.v. is partner van Kempen Communicatie b.v.
Kempen Communicatie: Strategie, Creatie, Realisatie