Geplukt Jan Jeucken

Hij is een geboren en getogen Horsternaar en woont samen met zijn vrouw in zijn ouderlijk huis. Hij staat positief in het leven en als voorzitter van Stichting De Laatvlieger doet hij onderzoek naar de gelijknamige vleermuissoort. Deze week wordt Jan Jeucken (67) uit Horst geplukt.

Jan werd in 1951 geboren in Horst. Hij was de op één na jongste telg van het gezin dat bestond uit vader, moeder, tien kinderen en twee varkens. “Ik ben de zoon van Jeucken Jeu, de oude dodengraver van Horst”, vertelt Jan. Jan studeerde aan de lts en is van huis uit gereedschaps- en instrumentmaker. “Ik heb bij verschillende firma’s gewerkt, altijd met plezier”, zegt Jan. “Tiny, mijn vrouw, heb ik leren kennen toen ik werkte bij Parree in Sevenum. Tiny werkte daar op de afwerkafdeling en ik in de gereedschapsmakerij.” Dat Jan Tiny daar trof, kan volgens hem geen toeval zijn. “Ik fietste bijna elke dag langs de fotograaf in Horst. Daar hing op een dag een foto van een hele mooie meid in de etalage”, lacht Jan. “Dat was Tiny, maar dat wist ik toen nog niet. Ik knipoogde altijd even naar de foto als ik langsfietste. Ik was toen eigenlijk al een beetje verliefd.” In 1971 zijn Jan en Tiny verloofd, twee jaar later getrouwd en in Sevenum gaan wonen. Uiteindelijk is het stel weer teruggekomen naar Horst, naar het ouderlijk huis van Jan. “Toen mijn moeder stierf zijn Tiny en ik bij mijn vader ingetrokken. Ongeveer negen jaar hebben we hier samen met hem gewoond.”
Een aantal jaar later, na een aantal miskramen, werd hun dochter Kirsten geboren. “Na Kirsten kregen we nog twee zoons, Thorsten en Tjorven. Thorsten werd doodgeboren en Tjorven werd te vroeg geboren en is na 24 weken overleden”, vertelt Jan. Ondanks dat het gezin deze klappen te verwerken kreeg, bleven ze altijd positief. “Zeker bij Tiny is het glas altijd halfvol”, zegt Jan. Ook nadat zowel Jan als Tiny getroffen werd door een hersenbloeding, staat het stel nu met veel positiviteit en blijdschap in het leven. “Vooral Tiny heeft lang moeten revalideren en kan nu niet alles meer zoals ze dat vroeger kon. Ze heeft eigenlijk de hele dag zorg nodig. Ondanks dat, doen we de dingen die we wel kunnen en daar genieten we dan ook volop van”, aldus Jan.
Nu werkt Jan nog af en toe bij Natuurbalans, een ecologisch adviesbureau in Nijmegen. “Ik heb daar negen jaar gewerkt in het visonderzoek en nu doe ik nog af en toe werkzaamheden voor hen”, vertelt Jan. “Vissen was altijd al een hobby. Ik heb ook 30 jaar lang zelf visonderzoek gedaan.” In huis heeft Jan nog vier observatieaquariums staan met vissen die hij zelf gevangen heeft. “Het liefst zou ik in de tuin een vijver hebben waar ik al deze vissen in kan laten zwemmen. Dat staat nog wel op de planning, maar het duurt nog even voordat die er is.”
Bij Natuurbalans heeft Jan ook de interesse voor vleermuizen gekregen. Als hij er echter langer over nadenkt blijkt dat deze interesse al aanwakkerde toen Jan nog een kleine jongen van ongeveer tien jaar was. “Omdat mijn vader ook conciërge was, had hij de sleutel van de kerk”, vertelt Jan. “Die leende ik vroeger weleens en in de kerk wist ik waar de sleutel van de kerktoren lag. Dan klom ik samen met een vriendje 62 meter hoog helemaal naar boven. Daar heb ik ooit mijn eerste vleermuis gevangen.” Bij Natuurbalans ging Jan weleens mee met iemand die gespecialiseerd was in vleermuizen en zo is zijn passie voor deze dieren echt begonnen. “In 2014 was de nacht van de vleermuis in Castenray. Dat trok mijn interesse en nadien ben ik buiten bij het Priesterkoor veertig avonden, uitvliegende vleermuizen gaan tellen. Dat had nog nooit iemand anders zo intensief gedaan.” Nu doet Jan, als voorzitter van Stichting De Laatvliegers, nog altijd onderzoek naar de vleermuizen op de zolders van de Sint-Matthiaskerk in Castenray. “Vorig jaar hebben we vijftien vleermuizen voorzien van een zendertje waarmee we ze overal volgen”, vertelt Jan. “Ook hangen er acht camera’s op de zolder van het priesterkoor, die ik van huis uit kan volgen. Ik observeer hun gedrag en ik noteer alle interessante dingen die ik zie: bevallingen, paringen en sociaal gedrag.” Zijn doel is om zijn vergaarde kennis te delen met de buitenwereld. “Ik geef samen met kleinzoon Jaimy ook lezingen over mijn bevindingen. Ik vind het belangrijk om te delen met anderen wat ik onderzocht heb. Maar ik hoop vooral dat er na mijn onderzoek zaken duidelijk zijn die nog niet bekend waren.”