Uit - Stephanie de Jong

Niet iedereen die in gemeente Horst aan de Maas opgroeit, blijft hier ook wonen. HALLO Horst aan de Maas spreekt in de serie 'Uit… Horst aan de Maas' met oud-inwoners van deze gemeente die hun dromen hebben gevolgd en buiten onze gemeentegrenzen terecht zijn gekomen. Deze keer het verhaal van Stephanie de Jong (47), geboren in Sevenum, maar inmiddels wonende op het Indonesische eiland Sulawesi.

Dat Stephanie de Jong niet haar leven lang in Nederland - laat staan Sevenum - zou blijven, kwam eigenlijk voor niemand in haar omgeving uit de lucht vallen. "Vroeger zeiden mensen al 'die van De Jong, die gaat later reizen.' Mijn oma dacht zelfs dat ik als missiezuster de wereld zou gaan verkennen. Nou, ik had inderdaad een missie, maar ik ben geen zuster geworden", lacht Stephanie. Dat ze uiteindelijk al op vrij jonge leeftijd definitief naar Indonesië zou vertrekken en daar op een berg in de provincie Zuid-Sulawesi een gezin zou stichten, had ze zelf ook niet helemaal verwacht. "Van kinds af aan had ik al de drang om de wereld te zien. Waar dat precies vandaan kwam, weet ik eigenlijk niet. Mijn vader had wel familie in het buitenland wonen, maar niet specifiek in Azië." Toch had juist dat continent een bepaalde aantrekkingskracht op Stephanie. "Ik las graag. Onder andere het maandblad van het Wereld Natuur Fonds. Daar stonden veel verhalen in over Indonesië. Met prachtige foto's van de natuur aldaar."

Gastgezin
De interesse van Stephanie werd mede daardoor al op jonge leeftijd gewekt. Ze greep dan ook de eerste de beste kans die voorbijkwam om meer van de wereld te zien. "Na mijn eindexamens op de middelbare school wist ik niet wat voor vervolgopleiding ik wilde volgen. Daarom gaf ik me op voor een uitwisselingsproject. Ik belandde op het eiland Java, dat bij Indonesië hoort", vertelt ze. "Dat jaar heeft mijn leven definitief veranderd." Stephanie kwam terecht bij een gastgezin en kon haar horizon verbreden. "Het was geweldig. Dankzij een fantastisch gezin leerde ik veel over de cultuur en de gewoontes van het land. Ik kreeg de kans om veel te reizen en te genieten van de prachtige natuur." Na een jaar keerde Stephanie terug in Nederland, maar dat voelde niet bepaald als thuiskomen. "Ik voelde me een vreemde in eigen land", blikt ze terug. "Het liefst wilde ik na de uitwisseling een studie oppakken in Indonesië, maar mijn ouders wisten me te overtuigen om dat toch maar in Nederland te doen. Achteraf ben ik ze daar erg dankbaar voor, want een Nederlands diploma heeft meer waarde dan een Indonesisch."

Bali
De studiekeuze viel voor Stephanie op de richting Culturele en Maatschappelijke Vorming in Eindhoven. "In die tijd gaf ik ook Nederlandse les aan buitenlanders in Nederland", vervolgt Stephanie. "Zo bleef ik in contact met andere culturen." Na het afronden van haar studie stond het voor Stephanie vast dat ze terug zou keren naar het land dat haar hart wist te veroveren. "Een reisorganisatie op het toeristische Bali zocht reisbegeleiders. Ik werd direct aangenomen." Op het eiland, dat ten opzichte van Sulawesi iets zuidelijker is gelegen, vond ze al snel haar draai. "Het plan was om twee seizoenen als reisbegeleidster te werken en daarna verder te reizen, maar dat liep anders", vertelt ze lachend. Uiteindelijk werkte ze acht seizoenen als reisbegeleidster op Bali, waardoor ze reizen en geld verdienen kon combineren. In die periode kwam Stephanie ieder jaar een paar maanden terug naar Nederland, waar ze onder andere werkte bij de bakkerij in Sevenum, een restaurant in Horst en distributiecentra in de buurt van haar geboorteplaats. "Daarna ging ik bepakt en bezakt weer terug naar Indonesië. Met koffers vol nieuwe kleding en spulletjes voor het huishouden."

Cultuurshock
Tijdens haar jaren als reisbegeleidster op Bali leerde Stephanie haar man kennen. "Hij kwam als chauffeur van een reisorganisatie iedere maand een aantal dagen op Bali met een bus vol toeristen. De mensen hier zeggen dat we voor elkaar bestemd zijn. Ik antwoord dan dat ik ben gevangen door de magie van hier." Stephanie doelt daarmee op de typische cultuur in de contreien waar ze woont. Magie en de dodencultuur worden er bijzonder serieus genomen. "Toen mijn schoonmoeder overleed, lag ze drie maanden in ons huis opgebaard. Dat is hier de normaalste zaak van de wereld. Inmiddels is het voor mij ook heel gewoon." Het zijn slechts enkele van de vele cultuurverschillen met haar land van herkomst. "In het huis waar we nog altijd wonen, leefden we de eerste twee jaar met meer dan dertig mensen. Met mijn hele schoonfamilie onder één dak. Dat was op zijn zachtst gezegd eventjes wennen. Net als het regelmatig uitvallen van de elektriciteit en het ontbreken van warm water", blikt ze terug. "Ook het altijd maar eten van rijst en de vele ceremonieën voor van alles en nog wat, doen je beseffen dat je in een heel andere cultuur leeft." Inmiddels eet Stephanie ieder ochtend weer vertrouwd boterhammen en hoeft ze haar huis niet langer te delen. "Eén voor één bouwden de familieleden van mijn man hun eigen huisje en vertrokken ze uit de familiewoning. Sinds de geboorte van onze zoon in 2004 wonen we met ons eigen gezin in dit huis op de heuvel".

Oost-Indisch doof
Inmiddels zijn ze met z'n vieren, want enkele jaren later volgde er ook een dochtertje. "Ze spreken beide geen Nederlands. We hebben het geprobeerd en onze zoon groeide op met Nijntje en Jip en Janneke. Op een gegeven moment bleef ik aan het vertalen en werd ik er zelf gek van. Beide kinderen spreken wel vloeiend Engels." Ze verstaan de taal van hun moeder nog wel altijd. "Als ik vraag of ze een snoepje of stukje appeltaart willen, dan weten ze opeens precies wat ik zeg. Ze zijn Oost-Indisch doof. Die uitdrukking klopt volledig", lacht ze. Dat ze vloeiend Engels spreken, heeft alles te maken met het beroep van Stephanie. "Ik geef Engelse les. Eerst was ik leerkracht op de middelbare school, maar sinds een paar jaar geef ik jongeren thuis les. Het is niet alleen bezig zijn met Engelse taal wat ik zo leuk vind, maar het is ook fijn om de leerlingen iets mee te geven wat betreft hun algemene ontwikkeling, topografie en het leven in andere werelddelen. De wereld een beetje kleiner maken en discussiëren over de cultuurverschillen. Dat maakt het voor mij zo mooi", vertelt Stephanie vol passie.

Smeerworst
De zoon van Stephanie begint binnenkort aan zijn studie, ver weg van zijn vertrouwde omgeving. "Ik hoop dat hij zich daardoor wat meer weet te ontplooien en kansen voor zichzelf kan creëren. Dat is niet altijd vanzelfsprekend in Indonesië. Vooral voor iemand uit een niet-volledig Indonesisch gezin kan dat lastig zijn", verklaart ze. Ook op dat vlak zijn de verschillen groot met Nederland, waar ze al zes jaar niet meer komt. "De laatste keer was vanwege het overlijden van mijn ouders. Het is simpelweg te duur geworden. De coronaperiode was ook zwaar voor ons. Wat betreft sociale zekerheid is het hier stukken minder geregeld dan in Nederland." Toch mist Stephanie haar geboortegrond regelmatig. "Vooral mijn familie. Zeker als er een overlijdensgeval is, of rond feestdagen als Kerstmis. En natuurlijk het typische eten: stroopwafels, vers brood met kaas en smeerworst van Unox. Als er Nederlanders deze kant op komen, vraag ik ze altijd om iets mee te nemen. Mijn zus stuurt ook regelmatig wat pizzakruiden of oregano op, want ik kan niet zonder een pizza op z'n tijd", lacht ze. Hoewel ze Nederland regelmatig mist, zijn er geen plannen om op termijn terug te keren. "Het is een voldongen feit dat ik de rest van mijn leven in Indonesië slijt. Als ik terug zou keren naar Nederland, dan zou ik mijn man en kinderen hier achter moeten laten. Zij krijgen geen vergunning om in Nederland te wonen. Dus nee, dat zit er echt niet in", besluit Stephanie.

Tekst: Jelle van Hees