Geplukt Thijs Geurts

'Heej hult neet van Rowwen Heze, heej hult van Judas Priest' zingt Jack Poels, frontman van Rowwen Hèze, in 'IJzeren Thijs'. Het nummer dat op het album 'Water, lucht en liefde' prijkt, verscheen 25 jaar geleden. Hoofdonderwerp ijzeren Thijs, heet in het dagelijks leven Thijs Geurts. De markante inwoner van Broekhuizenvorst werd net als Rowwen Hèze geboren in America. Thijs wordt deze week geplukt.

Dat er geen woord gelogen is aan de openingszinnen van Jack Poels, blijkt al gauw wanneer Thijs eenmaal heeft plaatsgenomen aan de keukentafel. "De muziek van Rowwen Hèze stelt helemaal niets voor", valt hij maar meteen met de deur in huis. "Van die halve octaafjes, die alleen goed zijn voor de omzet van de barman", vult hij aan. Hij is op z'n zachtst gezegd geen liefhebber van de feestmuziek. Nee, geef Thijs maar het hardere werk. Judas Priest bijvoorbeeld, zoals Poels in het nummer zingt. En inderdaad, Thijs Geurts is fan. Niet zo'n beetje ook, trouwens. De naam van de Britse heavymetalband staat pontificaal op het shirt dat hij draagt en ook zijn bikervest van Harley-Davidson is versierd met pins waarmee hij zijn voorkeur niet onder stoelen of banken steekt. "In juli staat mijn veertigste bezoek aan Judas Priest op het programma. Dat is pas muziek. Al die nummers vertellen een eigen verhaal. Qua tekst en ook muzikaal zit het zo ontzettend goed in elkaar. Daar ga je heen om te luisteren en te genieten. Heel wat anders dan zuipen en met bier gooien, zoals ze bij Rowwen Hèze doen."

America
Die diepgewortelde minachting voor het repertoire van Poels en zijn band, moet ergens vandaan komen. Om achter de oorsprong te komen, moeten we naar America. Niet alleen standplaats van Rowwen Hèze, maar ook het geboortedorp van Thijs. Sterker nog: hij en Jack zijn generatiegenoten. "Daar ben ik opgegroeid. Op het gemengd bedrijf van mijn ouders. Later ging pap zich specialiseren in pluimvee. Hij was één van de grondleggers van de legbatterij. Helaas stierf hij jong. Toen ik 24 was ben ik naar Leunen vertrokken en uiteindelijk in Broekhuizenvorst terechtgekomen. Wel heb ik nog altijd dezelfde vriendengroep van toen." Maar waar komt die minachting dan toch vandaan? Thijs ligt een tipje van die sluier op, in de bijdrage die hij deed in het boek 'New Wave Of Lowlands'. "Jack en ik zijn allebei opgegroeid in America. In jeugdsoos Cartouche raakten we bevriend, ook omdat we van dezelfde muziek hielden, van hardrock 'pindraadmuziek' noemde mijn vader dat. Het ontstaan van Bad Edge (Jack Poels richtte deze band op en deed er een poging mee de Nederlandse Thin Lizzy te worden, red.) heb ik op de voet gevolgd. Het kon me niet bekoren. Het was niet hard genoeg. Het ging al snel bergafwaarts en Jack werd gevraagd Rowwen Hèze vorm te geven. Veel te commercieel, top-40 materiaal, gewoon bagger."

Écht geleefd
Het mag duidelijk zijn dat muziek een ongekend grote invloed speelt in het leven van Thijs. Hij gebruikt het als parallel bij het verwoorden van zijn emoties én als uitlaatklep. Voordat Thijs op zijn 46e neerstreek in Broekhuizenvorst, kende hij een periode waarin hij van alle geneugten van het leven proefde. Hij heeft geleefd. En niet te zuinig ook, zo zegt hij zelf. Waar zijn vrienden één voor één trouwden en kinderen kregen, bewandelde Thijs een ander pad. Ook dat onderdeel van zijn leven komt aan bod in 'zijn' liedje. Poels verwoordt het daarin als volgt: 'En Thijs di giet nar Thailand, heej het foto's loate zeen. In elke hand 'n vrouw, en dat waas gans in 't begin'. "Over die periode ga ik niet teveel in detail treden, maar als je tussen de regels doorleest dan krijg je wel een beetje een idee hoe mijn leven er lange tijd uit heeft gezien. Ieder jaar ging ik op vakantie. Altijd buiten Europa. Overal kwam ik maar één keer. En daar gebeurden dingen, ja. Op allerlei fronten, zeg maar. Dingen die het daglicht misschien niet altijd konden verdragen. Ik heb geleefd. Écht geleefd. Man, dat was een schitterende tijd, boordevol levenservaringen. Daar kijk ik met fijne herinneringen aan terug. Nu is dat wel afgelopen hoor. Het reizen in ieder geval. Ik ben alweer een hele tijd samen met Els. Zij kan geen verre tripjes maken vanwege haar gezondheid. En ik moest het noodgedwongen ook wat rustiger aan doen trouwens.”

Prikkels
Thijs en Els zitten namelijk al jaren thuis. Beide zijn ze volledig arbeidsongeschikt verklaard. “Els heeft reuma. Zelf kreeg ik in 2014 twee keer een hartinfarct. Allebei afgekeurd dus.” Het leven van Thijs werd door die gebeurtenis aardig op z’n kop gezet. Zijn werk als vrachtwagenchauffeur hield van de ene op de andere dag op. “Ik werkte 12 tot 18 uur per dag. Opeens was het klaar. Soms schrik ik nog wakker omdat ik denk dat ik me verslapen heb. Moet je nagaan: acht jaar na mijn laatste werkdag. Ik mag van geluk spreken dat mijn geheugen weer helemaal terug is. Aan de linkerkant van mijn lichaam had ik veel last, maar ook dat is beter geworden. Gelukkig wel, maar helemaal de oude ben ik nooit meer geworden. Vooral wat betreft energieverdeling moet ik op mijn tellen passen. Prikkels kan ik maar lastig verwerken. Dat merk ik bijvoorbeeld als de kleinkinderen van Els, ze heeft er zeven, op bezoek komen. Die geven me zo ontzettend veel prikkels. Als ik pech heb, kost me dat bijna een week om weer de oude te worden. Ze wonen in de regio Den Haag, waar Els ook vandaan komt. Ik zie ze dus niet heel vaak, en dat is voor mezelf misschien maar beter ook.” Thijs mag dan niet meer op de vrachtwagen zitten, zijn liefde voor motorvoertuigen is onverminderd groot. Buiten op de oprit staan zijn Chevrolet El Camino en zijn Harley-Davidson in het zonnetje. Het zijn z’n favoriete speeltjes. “Dat is een grote hobby ja. Een dure in de aanschaf. In die El Camino zit een tank van 60 liter benzine, en daaronder zit nog een gastank waar bijna het dubbele in past. Die zuipen me al rijdend arm. Nu ik niet meer werk doe ik vrijwillig het één en ander voor de Harley-service in Venlo en een paar andere instanties die nog op hun gat liggen in verband met de coronacrisis. Een paar dagen per week, een paar uurtjes per keer. Daar krijg ik officieel niets voor. De ene hand wast de andere, zeg maar.”

Blanke pit
Telkens komt het gesprek met Thijs terug op hetzelfde onderwerp: muziek. Kwaliteitsmuziek, welteverstaan. Met snerpende gitaren en ruige zang, maar ook moddervette blues kan hem bekoren. Daar weet zijn buurman inmiddels ook alles van. “Het is een ritueel van me”, vertelt Thijs met een grijns, wijzend naar de immense stereotoren in de woonkamer, waarop hij iedere zondagochtend keihard zijn favoriete nummers draait. Zijn liefde voor gitaarmuziek vult dan het huis. En dat van zijn buren. Het is zijn manier om bepaalde emoties te verwerken. "Muziek is veel meer dan wat tekst met een melodie. Échte muziek, althans. Ik zit nu in een fase waarin ik gitaarsolisten enorm kan waarderen. Steve Vai, bijvoorbeeld. Dat is zo mooi, man. Kijk dan, ik krijg gewoon kippenvel als ik erover praat”. Thijs is van het type ruwe bolster, blanke pit. Zijn afkeer van de feestmuziek die Rowwen Hèze grote successen brengt, is er echter niet minder om. “Het volk dat daar komt heeft de volgende ochtend geen idee welke nummers er gespeeld zijn. Zo zat zijn ze. En als de muziek hard staat en ze elkaar niet meer kunnen verstaan, beginnen ze daarover te zaniken. Heel wat anders dan hardrockconcerten, daar vind je échte liefhebbers.” Het zijn uitspraken die voor Jack Poels en de zijnen niet als verrassing zullen komen. Hij beschreef de reden voor de walging van Thijs namelijk 25 jaar geleden al, in IJzeren Thijs: 'En dat weej genne hardrock speule, haat 'ie nog 't miest'.

Tekst en beeld: Jelle van Hees