Kinderdagverblijf ’t Nest: ‘Zet vaart achter onderzoek Stint’

De rechtbank besloot op donderdag 1 november dat de Stint nog niet de openbare weg op kan. Het verbod blijft hiermee in stand. Kinderopvang ’t Nest, dat meerdere locaties in gemeente Horst aan de Maas heeft, begrijpt de keuze, maar wilt dat de minister wel tempo zet op het onderzoek.

Volgens de minister rijzen er nog steeds twijfels over de veiligheid van de Stint en moet dit nog verder worden onderzocht voordat de elektrische bolderkar de weg op kan. Ondertussen zitten alle kindercentra nog steeds zonder de Stint. “Veiligheid voorop”, zegt Gerryan Huijs, directeur van kinderopvang ’t Nest. “Laten we daar heel duidelijk in zijn. Maar het duurt nu wel erg lang totdat het onderzoek afgerond is.” ’t Nest heeft drie Stints in gebruik, maar die staan nu achter slot en grendel. “Toch hebben we een vervoersmiddel nodig. Helaas moet je dan kijken naar alternatieven. Dat doen wij liever niet. Ten eerste zijn deze alternatieven niet altijd de meest veilige opties. Ze zitten niet in ons protocol. Ten tweede kost het ons een hoop geld. We moeten ineens een ander voertuig inzetten voor de uitstapjes van de kinderen.”
Huijs heeft begrip voor het onderzoek. “Ik snap dat dit goed onderzocht moet worden, want nogmaals: veiligheid voorop. Maar het duurt nu wel erg lang. We vragen de minister dus vriendelijk om er wat meer vaart achter te zetten.”
Het verbod heeft alles te maken met het dodelijk ongeval met de Stint op 20 september in Oss. Daarbij kwam een Stint in botsing met een trein. Bij het ongeluk kwamen vier kinderen om het leven. Het ministerie heeft laten weten dat het onderzoek naar de elektrische bolderwagen zeker tot het jaarwisseling gaat duren. Inmiddels heeft het bedrijf achter de Stint faillissement aangevraagd, omdat het financieel geen andere uitweg meer zag.