Zomaar

Soms als ik me boos voel, of juist verdrietig dan ga ik schrijven. Verhalen of gedichten, het maakt niet zo veel uit. Ik wil het dan het liefste van me afschrijven.

Ik heb dan genoeg mogelijkheden waarover ik zou kunnen schrijven, want het gaat over mijzelf en ik denk dat ik de enige ben die die gevoelens het beste kent. Hoewel een column schrijven ook meestal een beetje altijd met mij te maken heeft, vind ik het toch moeilijker. het is veel anders en je moet altijd met iets nieuws komen. Ik ben altijd veel langer bezig met een column, of dan heb ik wat geschreven en kom ik er later achter dat mijn zusje dit nog veel beter had kunnen doen. Maar meestal is het ‘probleem’ dat ik me later pas realiseer dat in principe heel Horst aan de Maas kan lezen wat ik schrijf. Dat is iets heel anders dan in een boekje schrijven wat uiteindelijk ergens in mijn bureaulades verdwijnt. Met het idee dat meer mensen dit lezen dan alleen ik, houd ik mezelf dan ook soms bewust of onbewust in met het schrijven van zo’n column. Je wilt het niet te persoonlijk maken en ook niet te onpersoonlijk, het moet interessant zijn, niet alleen voor mij. Je wilt het gewoon goed doen, maar dat kan niet altijd. Al vraagt de maatschappij soms veel van ons, of dat voelt zo aan, je moet ook weten dat je het niet altijd goed kan doen. Hoge punten zijn minder belangrijk dan je best hebben gedaan met een zes. Een leuke baan is voor velen belangrijker dan een ongelukkige ben met een hoog salaris. Je kunt niet alles altijd even goed doen, maar wel je best doen.

Liefs, Iris.