Kunstensector moet regie nemen

“De kunstensector heeft een imagoprobleem”, zei filmmaker Ruud Lenssen woensdagavond 5 februari in OJC Niks in Horst. Hij pleitte voor transparantie en zichtbaarheid. Die oproep deed hij tijdens het minisymposium ‘(Un)fair practice in de creatieve sector’.

Kunstenaars gingen die avond met elkaar in discussie over onder andere bezuinigingen op de creatieve sector en de (onder)waardering die er is. Onder hen Roel Sanders uit Horst en Erik van Maarschalkerwaard uit Tienray. Sanders is naast kunstenaar ook educatiemedewerker bij het Odapark in Venray. Van Maarschalkerwaard was die avond aanwezig in zijn rol als bestuurslid van de vakgroep Beeldend van de Kunstenbond. Dat de kunstensector een imagoprobleem heeft, onderkennen beiden maar tegelijkertijd zien ze ook dat het museumbezoek toeneemt. Van Maarschalkerwaard: “Kunst wordt soms toch nog in een hoek gezet waar hij niet thuis hoort, die van de linkse hobby’s. Het is goed dat er aandacht wordt gevraagd voor de inkomenspositie van kunstenaars/artiesten.” Buurtinitiatieven van enthousiaste maar niet-gekwalificeerde vrijwilligers, hoe goed bedoeld soms ook, zijn daar debet aan, denken zij. “Jaren geleden had je, ook in Horst aan de Maas, nog kunstcommissies. Die zijn allemaal wegbezuinigd “, zegt Sanders. “Met als gevolg dat er geen regie meer is over kunst in de openbare ruimte en dat er naar de beelden die er staan bijna niet omgekeken wordt. Neem als voorbeeld het beeld ‘Zorgen en verzorgd worden’ van Piet Hermans. Dat stond jarenlang voor verzorgingshuis Berkele Heem in Horst. Tijdens de verbouwing werd er een hek omheen geplaatst, maar het beeld bleek achterstallig onderhoud te hebben. De gemeente had er geen geld voor en ook Wonen Limburg niet. Er is geprobeerd het beeld te verplaatsen, maar toen is het in stukken gebroken.”

Visitekaartje
De twee pleiten dan ook voor een terugkeer van een soort kunstcommissie. Van Maarschalkerwaard: “Met gekwalificeerde mensen. Zo stop je de wildgroei.” In aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen is de Kunstenbond in een aantal steden met politieke en culturele partijen in gesprek gegaan. “Als je kijkt wat er in de coalitieakkoorden over kunst terecht is gekomen, dan is dat bedroevend. Al wordt in het coalitieakkoord van Horst aan de Maas wel het kunstenaarscollectief Zeen genoemd. Dat is wel positief.” De Volkskrant publiceerde onlangs een onderzoek waarin mensen werd gevraagd hoeveel geld het Rijk aan bepaalde zaken moet uitgeven. Uit het onderzoek bleek dat er volgens de ondervraagden niet meer geld, maar juist minder geld naar de kunst- en cultuur sector moet gaan. Sanders: “Er wordt tegenwoordig altijd maar gezegd dat kunst een maatschappelijk thema moet hebben om legitiem te zijn. Maar zou je anders dan geen kunst mogen maken?” Van Maarschalkerwaard voegt toe:” Alles moet meetbaar en verantwoord zijn, dat vind ik saai en tragisch.” “Vaak wordt toch nog gezegd dat kunstenaars werken op kosten van de gemeenschap. Het grootste deel van de kunstenaars heeft een bijbaan, omdat ze anders niet rondkomt”, zegt Sanders. Tijdens het symposium sprak Natascha Waeyen over haar project ‘Voor een visitekaartje op de eerste rij’. Kunstenaars worden regelmatig gevraagd om gratis hun werk te exposeren of weg te geven, omdat het voor hen ‘toch ook een visitekaartje is’. Het is echter ook de kunstenaar zelf die voor een verandering moet zorgen. Sanders: “Soms is kosteloos exposeren een vorm van investeren, het is belangrijk om daar een goede afweging in te maken.” Enkele jaren geleden verscheen de Fair Practice Code, samengesteld door belangenorganisaties uit de culturele sector. Dit is een gedragscode voor ondernemen en werken in de kunst- en culturele sector. “Het is goed dat deze er is gekomen”, zegt Van Maarschalkerwaard. “We zien dat er weer een stijgende lijn is in de waardering voor de kunst.”

Tekst: Marieke Vullings