Geplukt- Sef Janssen

Deze rasechte Sevenummer zet zich graag in voor zijn dorp: zo is hij al 45 jaar lid van het Jongerengilde. Maar hij kijkt ook wel eens de grens over. Zo staat er een nog een reis naar Curaçao op zijn verlanglijstje. Deze week wordt Sef Janssen (69) uit Sevenum geplukt.

Dat Sef een echte Sevenumse ezel is, is niet alleen aan zijn dialect te horen. In en rondom zijn huis zijn overal ezels te vinden. Beeldjes, magneten, de koekjestrommel en zelfs het suikerpotje op tafel: allemaal zijn ze in de vorm van een ezel. Hij vindt ze op vlooienmarkten of Markplaats en neemt ze zelfs mee uit het buitenland. “Deze heb ik meegenomen toen ik op reis was in Peru”, wijst hij naar enkele beeldjes in de vitrinekast. Een levende ezel heeft hij niet in zijn tuin staan. “Daar heb ik hier ook geen plek voor en daarbij ben ik veel van huis. Daarom heb ik bijvoorbeeld ook geen hond, daar moet je namelijk toch wel altijd rekening mee houden.” Hij schat dat hij intussen zo’n driehonderd beeldjes heeft. “Waarom ik ze spaar? Nou, ja ezels zijn hele intelligente dieren, net als de Sevenummers”, lacht hij. “En ik kan me bijvoorbeeld ook veel beter uiten in het dialect dan in het Nederlands.”

Natuurmens
Sef werd geboren aan de Maasbreeseweg, tegenover het toenmalige bejaardentehuis. Hij groeide op met vier broers en drie zussen. “Ik ben de jongste en inderdaad de verwendste”, beaamt hij. “Ik mocht net een beetje meer van onze ouders, dan de anderen. Maar ik moest ook gewoon thuis meehelpen. Bijvoorbeeld met het doen van de was. Dat vond ik heel leuk, dan mocht ik aan het rad draaien.” Sefs vader was veilingmeester bij de tuinbouwveiling. “Hij was een echt natuurmens en ging er veel met ons op uit.” Na de lagere school ging Sef naar de lts in Horst, waar hij zijn diploma voor timmerman haalde. Daarna ging hij nog een jaar naar Venlo, voor een opleiding tot metselaar. “Maar er was bijna geen werk in de bouw te vinden. Toevallig stond er een vacature in ons plaatselijk blaadje voor een drukker. Ik heb vervolgens bij verschillende drukkerijen gewerkt, totdat het ook in die branche steeds slechter ging.” Sef ging echter niet bij de pakken neerzetten en werkte onder andere als postbode, bij een attractiepark, als begeleider bij een jeugdopvangcentrum en als bezorger voor een apotheek. “Dat heb ik altijd leuk werk gevonden, vooral het contact met de mensen. Dat heb ik wel gemist.”

Jongerengilde
Enkele jaren geleden ging Sef met pensioen. Maar wie denkt dat hij nu lekker thuis op de bank rustig aan doet, heeft het goed mis. Zo is hij enkele avonden in de week te vinden in de blokhut van het Jongerengilde. “Daar ben ik al 45 jaar bij, ik denk dat ik inderdaad het langste lid ben van iedereen. Ik heb onder andere 15 jaar in het bestuur gezeten, waarvan 8 als voorzitter. Na te zijn gestopt als voorzitter was ik nog vier jaar voorzitter van het District Utopia. Ook ben ik jaren leider geweest. Wat erg leuk is, is wanneer je kinderen in de groep krijgt, wiens ouders je ook al in de groep hebt gehad.” Tegenwoordig maakt Sef onder meer deel uit van het klusteam en het team dat de Wandelvierdaagse organiseert. “Het Jongerengilde is een laagdrempelige vereniging, we doen niet aan uniformen en zo. Volgend jaar bestaan we 75 jaar en daar gaan we zeker iets mee doen.” Net als vele andere inwoners van Sevenum, was ook Sef betrokken bij het OLS dat afgelopen juli in het dorp plaatsvond. “Het heeft me wat slapeloze nachten gekost en er zijn heel wat uren in gestoken, maar het was echt een schitterend evenement.” Daarnaast is Sef nog lid van de KBO en was hij vier jaar voorzitter van ût Ezelsköpke, de jeugdcarnavalsvereniging van Sevenum.

En dan is er nog SC Heerenveen. Je zou denken dat Sef als rasechte Sevenummer geen enkele wedstrijd mist van Sparta’18, maar het is het embleem van de voetbalclub van Heerenveen dat naast de voordeur hangt. “Een vriend van me vroeg jaren geleden of ik een keer mee wilde gaan naar een voetbalwedstrijd in Heerenveen. Waarom ook niet? Met vier man reden we naar Friesland, van te voren hadden we geen idee hoelang we er over zouden doen. Het was liefde op het eerste gezicht. Ons groepje groeide uit tot een man of tien, waarmee we wel drie of keer per jaar naar Heerenveen gingen. Het heeft een beetje stilgelegen, maar volgend jaar april gaan we weer.” Hij kan zich nog die keer herinneren dat de club de bekerfinale tegen Roda JC in De Kuip moest spelen. “In het stadion stonden we tussen de supporters van Heerenveen, maar zongen natuurlijk wel het Limburgs volkslied mee. Daar werd niet moeilijk over gedaan.”

Peru heeft Sef dus al van zijn lijstje af kunnen strepen. Curaçao en China zijn landen die hij ook nog graag een keer zou bezoeken. “Maar ik ben een echte Sevenummer, ik zou hier dan ook nooit weg willen gaan.”

Tekst: Marieke Vullings
Beeld: Jos Derks