‘Hoera! We leven nog’

Het centrum van Horst wordt op zondag 13, maandag 14 en dinsdag 15 oktober onder de noemer Donker Horst in duisternis gehuld. 75 jaar geleden was het ’s avonds ook donker op straat, al was de aanleiding toen geen evenement. Een inwoner van Horst beschrijft in een dagboekje uit 1944 die laatste donkere dagen van de oorlog.

Horstenaar Mart van Issum vond het dagboekje begin jaren 70 toen de woning van molenaar Beuijssen aan de Jacob Merlostraat werd gesloopt. Het boekje lag op de zolder en is anoniem, maar volgens Van Issum waarschijnlijk wel afkomstig van een lid van de familie. De schrijver heeft op diverse data door het jaar heen aantekeningen gemaakt, vaak slechts enkele regels. Het geeft zo een inkijkje in het dagelijks leven van de Horstenaar.
Zo schrijft hij op maandag 18 september: “uitschakeling van de stroom”. Op 12 en 13 oktober wordt het centrum van Horst gebombardeerd. “Vrijdag, 13 oktober, 1944. Horst gebombardeerd, kelder, Kerktoren. M. Vervoort, M. of H. Kessels. ’s Avonds, Kerktoren en Kerk uitgebrand.” De Duitse bezetter is op zoek naar mankracht om te werken in Duitsland. Regelmatig worden mannen opgepakt. Zo ook op 17 oktober. “Vele Horstenaren weggevoerd naar Duitsland, ca. 80 stuks”, schrijft hij. Ook wordt er volop gevochten en nemen de Duisters alles mee wat ze tegenkomen. Op 21 oktober noteert de man: “eigenaardige kalmte.”
Enkele dagen later zorgen granaten voor enkele doden. “Donderdag, 26 oktober, 1944. Oppikken van burgers, granaten en half uur in de kelder. Hoera!, we leven nog.” Daags daarna worden America en Meterik geëvacueerd. “Zaterdag, 28 oktober, 1944. Heden nacht flink geschoten.”
Venlo en de Maasbrug gebombardeerd, brug beschadigd.” Op 31 oktober wordt Horst volop beschoten: “grote schade. Granaten vanaf 12.00 tot 22.00 uur. Enkele doden, vele gewonden.” Ook op zaterdag 4 november is het raak. “Flink geschut. Rund meegenomen, terwijl het varken op de lader hing. Nog een keer moeten vluchten.” De dagen erna zijn er veel beschietingen en beschrijft de Horstenaar de vele vliegtuigen die naar Duitsland vliegen en de bommen die ’s avonds in de buurt vallen. “Donderdag, 9 november, 1944. Enig geschut, tamelijk kalm. Haard van Joosten meegenomen.” Woensdag 22 november, achteraf een belangrijke dag voor Horst. De bevrijding is namelijk nabij. De schrijver noteert: “ Granaten. 13.20 Smalbrug in de lucht. 10.10 Kerktoren in de lucht. 15.00 Smalbrug in de lucht. 16.20 Engelsen Stationsstraat.”
De dagen daaropvolgend is het een komen en gaan van verkeer. “Donderdag, 23 november, 1944. 8.00 uur, Engelsen gearriveerd, goed volk, geweldig. NSB gehaald, 350 krijgsgevangenen. Enkele granaten op Meterik.” Op donderdag 14 december is een van de laatste aantekeningen in het boekje te vinden. “De tands des tijds, die al zoveel tranen heeft opgedroogd zal ook over deze wonden, gras laten groeien.”

Tekst: Marieke Vullings