‘Anders had hij een gaatje in zijn hoofd gehad’

De grafkelder van de adellijke familie Van Wittenhorst werd in maart dit jaar gevonden in de Lambertuskerk in Horst. Een bepalende ontdekking voor de geschiedenis van Horst. Deken De Graaf Woutering en archeoloog Xavier van Dijk blikken terug op de vondst en geven een kijkje in te plannen die wellicht staan te gebeuren in de Horster kerk.

Met het vinden van het familiegraf van Van Wittenhorst kan deken De Graaf Woutering een wens van zijn bucketlist afstrepen. “Dertig jaar geleden werd ik kapelaan in Horst”, vertelt de deken. “Ik hoorde van de grafkelder die nog niet gevonden was en wist meteen, hoe dan ook, ik ga die grafkelder ooit in. Het lukte in mijn periode als kapelaan helaas niet. Ik werd verplaatst naar Venray, maar die gedachte aan de grafkelder bleef.” In 2006 werd De Graaf Woutering terug verwelkomd in Horst in zijn nieuwe functie als deken. “Dat was een hele eer, moet ik je zeggen. Daarnaast was ik hartstikke blij dat ik weer terug in Horst was. Ik had namelijk nog iets waar te maken.”

Nieuwsgierig naar verleden
De deken was blij dat hij terug mocht keren. “Dat was het eerste waar ik aan dacht. Toen plopte de gedachte aan de grafkelder naar boven, ik moest die alsnog zien te vinden en hier binnen in zien te komen.” Zomaar gaat dat natuurlijk niet. Er is mankracht, kennis en geld nodig, wil zo’n plan slagen. Ook de interesse in de lokale historie vanuit alle Horstenaren was nodig. “Tien jaar geleden leefde dat nog niet zo hier”, vertelt De Graaf Woutering. “Tegenwoordig is dat wel anders. Horstenaren zijn nieuwsgierig naar hun verleden. Kijk naar de kasteelruïne. Daar is tegenwoordig ook steeds meer interesse naar. Al die jaren dat ik hier in Horst ben, merk ik dat de interesse in de eigen geschiedenis is gestegen.”

Kriebels
Vroeger was die interesse totaal niet. Het idee om op zoek te gaan naar de grafkelder leefde niet. “Sterker nog, de grafkelder werd niet gezien als iets groots historisch”, gaat archeoloog Xavier van Dijk verder. “In 1924 is de grafkelder ontdekt en in 1951 opnieuw gevonden, maar er is nooit beschreven waar het precies lag. Het was daarom moeilijk om de grafkamer te vinden.” Het onderzoeksteam had een revisietekening van de kerk in handen waarop de kelder ingetekend was. Na enkele testjes bleek dit niet de juiste locatie te zijn: een fout in de tekening. “Daarom hebben we mechanische boringen in een flink deel van de kerkvloer gezet”, vertelt Van Dijk. “Toen iemand riep dat de boor wel héél erg gemakkelijk de grond inging, wist ik dat we beet hadden. Dan gieren er wel kriebels door je buik.” Na ruim een jaar van onderzoek werd de grafkelder van familie Van Wittenhorst eindelijk gevonden.

Slangenmens van Horst
“We zaten met de boor slechts 15 centimeter naast de schedel van Willem-Vincent van Wittenhorst (1613-1674)”, zegt Van Dijk. “Maar goed dat we zorgvuldig te werk zijn te gaan en wat geluk hadden, anders had hij een gaatje in zijn hoofd gehad.” Zorgvuldig te werk ging de archeoloog wel. Ze braken een klein deel van het betondek boven de kelder open. “Door de nauwe opening daalde ik af en haalde al het puin, lichaamsresten en andere historische spullen eruit. Voorover bukkend haalde ik emmer na emmer puin uit de grafkelder. Na enkele afdalingen door de nauwe opening werd ik ook wel de slangenmens van Horst genoemd”, zegt Van Dijk glimlachend.

Geen half werk
Daarna volgde nauwkeurig onderzoek. “Ik wil per se dat we alles zo precies mogelijk doen en alle beschikbare informatie verzamelen. Geen half werk, zoals vroeger wel is gedaan. Niet alleen de graven van Van Wittenhorst zijn gevonden, maar ook lichamelijke overblijfselen van andere skeletten. Ook is het belangrijk om die te onderzoeken. Zo kunnen we zien hoe hun lichamelijke bouw, algemene conditie en hygiëne was. We kwamen onder meer botten tegen waarop artrose te zien was en zelfs botvergroeiingen en rotte kiezen. Dat is heel belangrijk om vast te stellen wat een lichaam, ook van de plaatselijke adel, in die tijd moest doorstaan en hoe men vervolgens omging met zaken als botbreuken, kiespijn, vergroeiingen en dergelijke.”

Aangepaste reconstructie
Hoe nu verder? Deken De Graaf Woutering wil graag een reconstructie maken van de grafkelder. “Let wel, een aangepaste reconstructie. De grafkelder ligt onder het middenpad en onder een aantal banken, midden in de kerk. We willen niet de halve kerk openbreken, dus de kelder krijgt dan een aangepast plekje. Voor nu is het vooral onderzoek doen en kennis vergaren.”

Tekst en beeld: Niels van Rens