Horst aan de Maas 75 jaar bevrijd: Sraar van den Beuken

Het is in 2019 precies 75 jaar geleden dat Horst aan de Maas bevrijd werd van de bezetting van de Duitsers. Veel inwoners van de gemeente hebben de oorlogsjaren en de bevrijding heel bewust meegemaakt. In de serie Horst aan de Maas 75 jaar bevrijd doen zij hun verhaal. In deze aflevering: Sraar van den Beuken (87) uit Horst. Hij maakte het bombardement op Horst in 1944 mee.

“Bam! Klonk het ineens. De eerste bom was gevallen. Ik schrok me rot. Ik stond met een kameraad te praten in de Steenstraat in Horst bij het pand Geurts (nu Kruidvat, red.)”, vertelt Sraar. “Ik was een jongen van 12 jaar, kende amper angst, maar wist goed dat ik nu weg moest rennen. Mijn ouderlijk huis lag aan het Sint Lambertusplein. Ik hoefde niet ver, maar vanwege de schrik wist ik niet wat ik deed en rende ik de Kerkstraat in.”

Een paar maanden voor de geallieerden de gemeente Horst kwamen bevrijden werden Horst en America opgeschrikt. De twee dorpen werden gebombardeerd door de Canadese luchtmacht op donderdag 12 oktober. De beide dorpen waren een knooppunt van aan- en afvoerwegen van het frontgebied. De hoofdwegen liepen dwars door de dorpen, daarom waren deze wegen het doelwit van de geallieerden.


Sraar rende voor zijn leven door de Kerkstraat. “Uit angst rende ik verder tot huis Verhaegh, een handelaar in meel en granen (nu doorgang parkeerplaats Jan Linders, red.), waar ik in het portaal dekking zocht. Ik keek naar boven en zag de gevechtsvliegtuigen over mij heen razen. Ik weet nog goed dat ik de piloten kon zien zitten, zo laag vlogen ze.” Er vielen steeds meer bommen. Hij moest ergens zien onder te duiken voordat een bom zijn leven nam. “Ik ben bij de familie Kleuskens, een paar huizen verder, naar binnen gevlucht waar ik met de hele familie bleef schuilen in de kelder.”

Nadat het geraas van vliegtuigen en vallende bommen was verstomd, ging Sraar de kelder uit, terug naar huis. “In een gigantische stofwolk die boven het centrum hing, zag ik onderweg naar huis dat huis Verhaegh intussen was veranderd in een rokende puinhoop. Dezelfde verwoesting was ook te zien bij veel gebouwen aan de noord- en westkant van het Lambertusplein en in de Steen- en Loevestraat. Ook het pand Geurts was verwoest, waar ik stond toen de eerste bom viel.”


Sraar vertelt dat één van de zoons van de familie Geurts speciaal naar Horst was verhuisd vanuit Venlo. “Hij had een slecht gevoel bij Venlo in de tijd van oorlog en dacht dat Horst veiliger was. Hij kwam uiteindelijk om tijdens het bombardement in Horst.” Sraar kwam thuis aan. “Het is moeilijk uit te leggen met hoeveel blijdschap mijn moeder mij omhelsde met de woorden: ‘Sraarke, wao hedde toch gezaete?’. Hoe ouder ik word, des te meer ik mij realiseer dat ik enorm veel mazzel heb gehad dat ik leef en dat ik toen ontsnapt ben aan de dood.”
Het centrum van Horst was hard getroffen en dat was ook te zien, zegt Sraar. “Buiten stonden verschillende mooie kastanjebomen. Ik zag na de bomaanslag de inhoud van een kledingkast van de buren in de bomen hangen. Met zo’n grote klap is dat huis getroffen. Veel gebouwen waren ingestort en daarna volgde natuurlijk het redden van slachtoffers onder het puin. Het probleem was echter dat er ontzettend weinig mankracht was.” In die tijd waren er om de haverklap razzia’s in Horst. Veel mannen zaten ondergedoken voor de Duitsers, dus zij kwamen niet naar buiten. “Als die razzia’s er niet waren geweest, hadden er waarschijnlijk veel meer mensen gered kunnen worden onder het puin.”

Die dag kwamen rond de 25 tot 30 mensen om het leven. Een paar maanden later werd Horst bevrijd. De serieuze blik van Sraar verdwijnt en maakt plaats voor een diepe glimlach in de mondhoeken van 87-jarige Horstenaar. “Die feestelijke momenten, toen we bevrijd werden, die zijn met geen woord te beschrijven hoe prachtig dat was. Je hoeft ineens nergens meer voor op de hoede te zijn, je bent vrij. De weken na de bevrijding stelden zich rijen mensen op, op het Lambertusplein, om hun vrijheid te vieren. We liepen met z’n allen richting het Wilhelminaplein. Het was net alsof het Nederlands elftal een belangrijke voetbalwedstrijd moest spelen en iedereen deze wilde bekijken op het Wilhelminaplein. Dat vergeet ik nooit meer. Het moment van vrijheid, dat pakt niemand meer van me af.”