Profvoetbalsters

“Profvoetballer”, was het antwoord van zo ongeveer de helft van de jongens in mijn basisschoolklas op de vraag wat ze later wilden worden. De meisjes droomden daar niet over, voor zover ik me herinner. Voetbal was voor jongens, zo leek de regel. Een meisje werd geen profvoetballer.

De afgelopen weken heb ik met bewondering gekeken naar onze Oranje Leeuwinnen op het WK damesvoetbal in Frankrijk. En dan bedoel ik niet per se vanwege hun voetbalspel, hoewel ze sportief gezien uiteraard ook een topprestatie hebben geleverd. Toch viel mij iets anders op aan de ploeg van onder anderen Lieke Martens, Vivianne Miedema en Dominique Bloodworth. Hun ploeg is een ploeg vol powervrouwen en rolmodellen. Onze Oranje Leeuwinnen stammen namelijk uit een tijd waarin wat zij deden niet doorsnee was: ze voetbalden. En ze wilden daarin hogerop komen, iets wat voor hun generatie nog een haast onmogelijke opgave was. Maar zij gaven niet op en maakten het onmogelijke mogelijk: ze werden profs. En door dat voor elkaar te krijgen, brachten ze nog veel meer teweeg: ze gaven duizenden meisjes de kans om ook te dromen over een carrière als profvoetbalster, maar dan zonder raar aangekeken te worden. In hun tijd werd waarschijnlijk honend gelachen als ze vertelden over hun droom. Profvoetbal? Een mannenaangelegenheid. Mede dankzij de Leeuwinnen van 2019 is dat nu verleden tijd. Duizenden kleine Liekes, Viviannes en Dominiques kunnen vandaag de dag ongestoord dromen van een carrière als Oranje Leeuwin. Ook dat hebben deze Nederlandse voetbalsters bereikt. En dat is misschien nog wel een knappere prestatie dan die finaleplaats op het WK.
Aniek