Horst aan de Maas 75 jaar bevrijd

Het is in 2019 precies 75 jaar geleden dat Horst aan de Maas bevrijd werd van de bezetting van de Duitsers. Veel inwoners van de gemeente hebben de oorlogsjaren en de bevrijding heel bewust meegemaakt. In de serie Horst aan de Maas 75 jaar bevrijd doen zij hun verhaal. In deze aflevering: Jac Lemmen uit Meterik. Hij zette zijn herinneringen aan de oorlogsjaren in 1994 op papier.

Jac Lemmen, geboren op 20 september 1923, heeft altijd ‘in de Schaak’ gewoond. Na de oorlog, in 1953 trouwde hij met Annie Bouten. Hij overleed in 2002. In 1994 zette hij zijn herinneringen op papier toen hij in kader van 50 jaar bevrijding gevraagd was tijdens een herdenking zijn ervaringen te delen.
“Voor mij nam de oorlog in de zomer van 1943 ernstige vormen aan. Het verzet was erop tegen dat wij ons moesten melden voor de Arbeitseinsatz in Duitsland en adviseerde ons onder te duiken. Dat deed ik in de Schadijkse Bossen in Meterik. Onder andere 43 studenten en een paar Engelse piloten zaten daar al. Op 19 augustus werd er door de Duitsers in de Schadijkse Bossen een grote razzia gehouden. Wij waren met vijf Meterikse bij elkaar toen Hay Bouten ons kwam waarschuwen voor de Duitsers. Wij probeerden te vluchten, maar bij Kuenen stonden we plotseling tegenover de Duitse soldaten. In een rijtje moesten we op de grond gaan liggen. Met hun geweer sloegen ze ons op de benen. Onder bedreiging moest ik weer terug de bossen in om ons kamp aan te wijzen. Gelukkig hebben ze toen niet de wapens gevonden die er verstopt lagen, anders had het er voor ons niet goed uitgezien.”
Met de bus werden de mannen naar Maastricht gebracht, om vervolgens naar Amersfoort getransporteerd te worden. “Tijdens dit transport moesten we in Roermond overstappen. Daar zag ik enkele mensen uit Meterik op het perron staan. In Amersfoort knipten ze onze haren kort. Daar kregen we vervolgens een gevangenispak met een nummer. Mijn nummer was 1374. Ik werd veroordeeld tot twaalf maanden vanwege het onderduiken. Na een week kwam er iemand met een papier en moesten we tekenen voor Baueinsatz Ost. Als we deze tekenden, konden we als vrij man werken in Duitsland, zeiden ze.” Vervolgens, op 18 november 1943, werd Lemmen getransporteerd naar Berlijn en vier maanden later naar Bergtesgaden. “Hier hadden we het niet slecht. We hebben zelfs een keer tegen de Tsjechen gevoetbald, maar verloren de wedstrijd helaas met 18-3.”
Jac Lemmen werd vaak overgeplaatst. Na Bergtesgaden kwam hij in Salzburg terecht om vervolgens weer terug te gaan naar Berlijn. “Daar heb ik toen nog een Nederlands boekje gekocht met de titel ‘Volk en Vaderland’. In dit boekje zag ik een oproep van Jac Cuppen uit Meterik, die bekenden zocht. Via Küstrin kwam ik weer terug in Berlijn. Twee dagen later werd ik naar Bollerdorf gestuurd. Vanuit daar plaatsen ze me over naar Paderborn. Tijdens een bombardement in Paderborn moest ik vluchten naar een schuilkelder. Voordat ik daar aankwam ontplofte vlak langs me een granaat. Gelukkig was ik op tijd gaan liggen.”
Uiteindelijk moest hij weer terug naar Berlijn, maar kwam in Potsdam terecht. “Daar werden we door de Russen bevrijd. Ik had het ontslagbewijs van Amersfoort goed bewaard, zodat ik kon bewijzen dat ik een Nederlander was. Uiteindelijk leverden ze me uit aan de Amerikanen. Van hen mocht ik niet naar Nederland vertrekken, omdat de chaos nog te groot was. Ik ben toen bij een boer terecht gekomen, waar ik een poos heb gewerkt.”
“In juni 1945 ben ik met de trein tot Duisburg gereisd. Vanaf daar ben ik in Arcen de grens over gestoken. Via Venlo ben ik vervolgens te voet naar Horst gewandeld. Op de Venloseweg kreeg ik van boer Joosten een fiets om naar huis te fietsen. Het bleek dat het nieuws van mijn terugkeer al sneller bij mijn familie was, dan ik zelf. Mijn moeder kwam ik namelijk bij Jenniskens al tegen.”