Een ‘nieuw’ Horster volkslied

De gemeente Horst aan de Maas kreeg in 2012 een eigen volkslied. Wat voor velen echter nog onbekend is, is dat er rond 1900 al een Horster volkslied was. Dat is met de tijd verloren gegaan, maar Bas Nellen en Sjors Driessen willen dit stukje Horster historie nu samen met hun opa Jan Joosten (88) en met Piet van den Munckhof (98) terugbrengen in de gemeente.

Jan kreeg de tekst van het nummer via via in handen. Hij had het al vaker gehoord en kende de melodie nog. “Het werd vroeger vaker gezongen op verjaardagen of tijdens de kermis”, zegt hij. Wie het nummer precies geschreven heeft en wanneer dat is geweest, dat is een beetje gissen. “Ik vermoed dat het iets vóór 1900 geschreven is. Dat blijkt uit stukjes uit de tekst.” Op de website van Jan van Teng (Verheijen) is te lezen dat het lied gebruikt werd bij de inhuldiging van Baron Clemens Lotharius von Fürstenberg in Horst op 4 januari 1755. Hij verwijst daarvoor naar een publicatie in het blad De Maasgauw uit 1901. Het nummer kent namelijk zes coupletten, die vol zitten met verwijzingen naar vroeger. Jan weet dan ook volop historische verhalen te vertellen op basis van de songtekst. Zo wordt er onder andere verwezen naar de Heren van Ter Horst en naar het turfsteken en de turffabrieken, die in die tijd opkwamen.

Jan wilde meer met het lied en hij vroeg zijn kleinzoons Sjors en Bas, die bekend zijn van de Afterpartees, om het lied samen met hem op te nemen, Bas op de gitaar, Jan op de mondharmonica en Sjors als producer. Bas: “Opa speelt al jaren mondharmonica en we spelen wel vaker samen muziekstukken.” De muziek was dan ook al snel geregeld. “Op een gegeven moment hadden we de muziek helemaal staan, maar toen moesten we wel nog iemand vinden die het lied wilde inzingen. Opa kwam toen op het idee om Piet te vragen.” Piet twijfelde niet lang. “Ik vond het een mooi lied en de melodie kwam me wel bekend voor”, zegt hij. Bovendien heeft Piet zelf nog dingen meegemaakt die in het lied worden beschreven, zoals het turfsteken. Echt kennen deed hij het nummer niet, dus het moest wel nog geleerd worden. Toen dat gelukt was, werd door Sjors en Bas bij Piet thuis een studiootje ingericht, waarna het Horster volkslied door Piet werd ingezongen. Bas zegt lachend: “Hij nam een slok Jägermeister om de keel te smeren, begon te zingen en niet veel later stond het op de band.”

“Het lied is Horster erfgoed”, zegt Jan. Sjors voegt toe: “Maar veel mensen weten niet dat het er is. Dat stukje historie willen we eigenlijk terugbrengen.” De mannen doen dit mede in het kader van 800 jaar Horst aan de Maas. “Daar sluit het mooi bij aan”, vindt Bas. Binnenkort mogen ze het lied live bij Radio Reindonk ten gehore brengen. “En misschien gaan we ook nog een keer een optreden geven, daarover is nog overleg met de organisatie van 800 jaar Horst aan de Maas.” Voor nu is het nummer op YouTube te beluisteren onder de naam ‘Horster volkslied’. Onder het filmpje hebben Bas en Sjors archiefbeelden uit 1961 geplaatst. Bas zegt lachend: “En daar staat Piet ook nog ergens tussen.”



Horster volkslied

Horst in Limburg, schone gouwe
Plek waar onze wieg eens stond,
Ons zo dierbaar op deez’ aarde
Gij zijt ons geboortegrond.
Horst, U wijden wij gezangen In accoord, uit volle borst,
Heil U, bloeiende gemeente
Heil U, schoon en dierbaar Horst.

Horst kan bogen op geleerden
Schitteren door hun groot talent
Onder meer is hier geboren Merlo Hostius, wel bekend.
En als drost van ’t land van Kessel
Stonden Heren van Ter Horst,
Die in hun grote macht en aanzien,
Waren bij hun wett’gen vorst.

Schilderachtig is gelegen,
De ruïne van ’t oude slot,
Beeld van vroeg’re macht en luister
Van een wisselvallig lot,
Pracht’ge lanen, vrucht’bre velden
Als een zee van golvend graan,
Lommerijke bossen bieden
Schone wandelingen aan.

’t Murm’lend beekje door de weiden,
Waar we speelden in de jeugd,
Waar we lieve bloempjes plukten,
Stoeiden in onschuldige vreugd.
Onze ouderlijke woning,
School en prachtig kerkgebouw,
Wekken ons herinneringen
Van gedeelde vreugd en rouw.

In het Westen der gemeente
Ligt de peel, het grote veen,
Waar voor ettelijke jaren
Nauwelijks een mens verscheen.
En thans ziet men er fabrieken,
Huizen school en kerkje staan,
Daar biedt turf, verwerkt tot strooisel,
Rijke bronnen van bestaan.

Mochten onze hartewensen,
Worden door de Heer verhoord,
Dat Gods zegen mild’lijke dale
Op dit vreedzaam lieflijk oord.
Horst, U wijden wij gezangen,
In accoord uit volle borst,
Heil U, bloeiende gemeente
Heil U, schoon en dierbaar Horst.