Naamgewazel - D'n Dreumel

Tijdens carnaval heten de inwoners van de dorpen in Horst aan de Maas bijvoorbeeld Turftreiers, Geiten of Dreumels. Maar waar komen deze namen eigenlijk vandaan? HALLO Horst aan de Maas ging op onderzoek uit. Deze week: D’n Dreumel uit Horst.

Als één van de jongste carnavalsverenigingen in de gemeente werd in oktober 1962 D’n Dreumel opgericht. Al snel hadden de initiatiefnemers genoeg leden bij elkaar om de eerste vergadering te plannen en in februari 1963 stond de eerste officiële prins, Rinus Janssen, dan ook te hossen op de bühne.

Weefgetouw

Hoewel de carnavalsvereniging zelf relatief laat tot stand kwam, waren ‘dreumels’ al veel langer bekend in de regio volgens oud-secretaris Toon Jenniskens: “Al eeuwen werden mensen uit Horst dreumels genoemd.” Van oudsher staat Horst bekend om haar textielnijverheid. Zo maakte in de winterdag het landbouw­materiaal plaats voor weefgetouwen om genoeg dekens en doeken te weven voordat de koude dagen aanbraken. “Nu wordt een dreumel ook wel een draadje genoemd, maar eigenlijk is het iets anders. Een dreumel was vroeger namelijk het tussenstuk waar twee draden aan elkaar werden vastgeknoopt. Op die plek zat een knoop, die dan werd afgesneden. Het tussenstuk, waar allerlei draadjes uit kwamen, dat was een dreumel”, aldus Jenniskens. Draadje of niet, de naam is blijven hangen. Niet alleen de naam van de carnavalsvereniging is te danken aan het weefgetouw, ook het symbool van de carnavalsvereniging vond hier haar oorsprong. “De schietspoel is het zinnebeeld van D’n Dreumel”, vertelt de oud-secretaris. “Maar dit was gevaarlijk materiaal tijdens carnaval om rond te dragen. Zeker wanneer er werd gehost door de zaal, dan kon je met de punt zomaar iemand in het been prikken.”

Vorst op voorgrond

In 1967 werd het bestuur van de carnavalsvereniging flink omgegooid. “De vereniging werd ingedeeld in verschillende commissies. Er werden commissies opgericht voor de muziek, de optocht en het programma tijdens de carnavalsperiode.” Waar het bestuur dus steeds verder op de achtergrond trad om het commissiewerk te sturen, trad de vorst met zijn gevolg juist steeds meer naar de voorgrond.

In de beginjaren van D’n Dreumel moesten natuurlijk ook tal van tradities worden gestart om zo een eigen draai aan de vereniging te geven. “Zo worden er sinds de jaren zeventig elk jaar onderscheidingen uitgedeeld, zoals de ‘Alde Knoeper’ onder de ‘Âld Prînse’.” Belangrijk hierin was ook de oprichting van de Klos in 1967 volgens de oud-secretaris. De uitgave van het carnavalsblad en de overdracht ervan aan de nieuwe prins vormt ieder jaar een belangrijk punt op de carnavalsagenda van het ‘Dreumelrijk’.

Wat volgens Jenniskens zo mooi is aan D’n Dreumel, is de onderlinge verbondenheid. “Ik zat tussen 1965 en het eind van de jaren zeventig bij de raad van elf. In die jaren ga je meer dan vijftig keer per seizoen met elkaar de hort op. Als je zo vaak samen op de bühne staat en het klikt onderling, dan bouw je een mooi clubje op. We zien elkaar nu nog regelmatig.” Deze onderlinge samenhang is anno 2019 nog steeds belangrijk volgens Jenniskens: “Het is belangrijk dat jonge mensen zich geroepen voelen om lid te worden. Er is in Horst namelijk genoeg te doen, en vooral genoeg te feesten.”